Verhalen

De slang

Er was eens een man die door het land trok, van noord naar zuid en van oost naar west. 

Er was eens een man die door het land trok, van noord naar zuid en van oost naar west. 

Overal waar hij kwam werd hij met open armen ontvangen want het was een wijze man en mensen kwamen graag naar hem toe met hun problemen. Op een dag kwam hij in een dorp waar de inwoners geterroriseerd werden door een gevaarlijke slang. De slang had al heel wat slachtoffers gemaakt. De wijze man luisterde naar de dorpelingen. Hij zag de angst in hun ogen. Hij knikte vol begrip en beloofde de mensen dat hij zijn best zou doen. Hij ging op zoek naar de slang en toen hij de slang had gevonden tussen het struikgewas, ging hij op zijn knieën bij hem zitten en gebood hem de dorpsbewoners voortaan met rust te laten. Schuldbewust beloofde de slang dit.

Een paar maanden later kwam de wijze man weer in de buurt van het dorp en besloot te gaan kijken hoe het ging. Buiten het dorp trof hij de slang aan, meer dood dan levend, toegetakeld en bebloed. Treurig keek de slang de wijze man aan en vertelde over de vernederingen, stokslagen en schoppen die hij moest verduren van de dorpsbewoners. Hij had zich niet kunnen verweren want hij had beloofd ze geen kwaad meer te doen. De man schudde glimlachend zijn wijze hoofd en zei tegen de slang: “Ik heb je gevraagd niet meer te bijten, maar je mag wel sissen om ze weg te jagen.”